Column: Het NBA-seizoen in 10 bizarre statistieken

Door

Portland Trail Blazers v San Antonio Spurs - Game Five

Het reguliere NBA-seizoen loopt inmiddels op z’n einde. We zijn minder dan een maand verwijderd van de play-offs – I shit you not.

Hoog tijd voor een kleine terugblik op het NBA-seizoen 2015-2016 tot dusver. Aangezien basketbal langzaamaan is verworden tot een numbers game en ondergetekende de statisticus-in-huize van SportAmerika is, zal dit gebeuren aan de hand van een aantal opvallende cijfermatige ontwikkelingen binnen de NBA anno 2016.

Weet je wat? Fuck it. Het is en blijft het internet waarop dit artikel geplaatst wordt, dus vooruit dan maar… deze terugblik zal in de ondertussen meest traditionele internetartikelvorm worden gegoten: een top 10.

Te beginnen bij – hoe kan het ook anders? – de statistisch ongeloofwaardige prestaties van een zekere schutter aan de Amerikaanse westkust:

10. De waarde van een driepuntspoging van Curry
De regerend MVP neemt in 2015-2016 gemiddeld 11.3 driepuntspogingen per wedstrijd. Een doorsnee NBA-schutter raakt dit seizoen 35.2% van z’n driepuntspogingen. Steph Curry is, zoals u weet, in geen enkel opzicht doorsnee te noemen. Curry schiet dit seizoen 46.3% (!!) van zijn pogingen achter de driepuntslijn raak.

Een mooie methode om de krankzinnige efficientie van Curry’s schutterskwaliteiten aan te tonen vind ik de “vertaling” van de waarde van driepuntspogingen naar die van tweepuntspogingen. Een driepunspoging van Curry is (0.463 x 3) momenteel 1.39 punt waard. Om vanuit een tweepuntsschot eenzelfde waarde te creeren, zou een speler 69.5% van zulke schotpogingen moeten raken…

Het hoogste tweepuntspercentage onder alle NBA-spelers die minimaal 11.3 schotpogingen per wedstrijd nemen dit seizoen? 54.5 procent, door Minnesota’s rookie-sensatie Karl-Anthony Towns.

[ps: Towns is 2 meter 11 lang en weegt 112 kilo – Curry? 1 meter 89 en 81 kilo…]

9. Schieten valt te leren (?)
Marvin Williams (Charlotte) maakte in z’n eerste tien seizoenen als NBA-prof, 704 wedstrijden, gemiddeld krap een halve (0.6) driepunter per wedstrijd. In 68 wedstrijden in 2015-2016 staat Williams’ seizoensteller op 129 gemaakte drietjes (1.9 per wedstrijd).

Chris Bosh (Miami) raakt dit seizoen ruim 1.5 driepunters per wedstrijd (81 in 53 wedstrijden), dit nadat hij in z’n eerste twaalf NBA-seizoenen nog niet eens een driepunter per drie wedstrijden gemiddeld wist raak te schieten (224 in 840).

Luis Scola (Toronto) bakt ze nog bruiner: de 35-jarige Argentijnse veteraan is dit seizoen bij de Raptors uitgegroeid tot betrouwbare afstandsschutter, in 66 wedstrijden raakte hij 46 drietjes tegen een prima percentage van 37.5%. In de acht voorgaande NBA-seizoenen kwam Scola tot 631 wedstrijden, waarin hij welgeteld tien (!) driepunters wist te maken.

Schieten blijkt in de NBA van vandaag de dag voor sommige spelers een te leren kunstvorm.

8. Rick Carlisle: coach van het jaar
De immer norse Mavericks-coach levert dit seizoen een zeer imposant staaltje vakmanschap af. Dallas staat op het moment van schrijven achtste in de Western Conference, met een record van 34-35. Dat is onvoorstelbaar.

Waarom? Simpel, een zichzelf respecterend NBA-team moet inderdaad over het vermogen beschikken small ball te kunnen spelen – vier vleugelspelers i.p.v. twee ‘grote mannen’ onder het bord’ – maar kan niet ZO ‘klein’ spelen als de huidige Mavericks. Carlisle laat een viertal, naar NBA-maatstaven piepkleine, point guards per wedstrijd, blessure-absenties inbegrepen, ruim 89 (!) minuten spelen. Voor de goede orde: een NBA-wedstrijd bedraagt 48 speelminuten – wat inhoudt dat Carlisle ruim 90 procent van de tijd twee fysiek ondermaatse spelverdelers op het veld heeft staan.

Een seizoen lang play-off-waardig basketbal spelen met een tweemans-combinatie uit het viertal Deron Williams (31 jaar oud, 1 meter 90 lang), JJ Barea (31, hooguit 1.75m), Raymond Felton (31, 1.84m) en Devin Harris (33, 1.90m) op de guard-posities is gekkenwerk.

Wat nog gekker is, is het effectieve spel dat Carlisle uit dit op leeftijd zijnde viertal weet te halen: per 36 speelminuten (de doorsnee hoeveelheid speeltijd voor een full-time basisspeler in de huidige NBA) draagt dit viertal gemiddeld 14.3 punten en 5.4 assists per speler bij. Wauw.

7. Sneller is niet altijd beter
Niets in de NBA kan mij momenteel meer irriteren dan goedkope na-aperij van het magische turbospel van de Warriors. Grootsheid valt niet te kopiëren.

Als je kijkt naar welke teams het hoogste speltempo (mijn definitie van ‘tempo’ = aantal balbezitten per wedstrijd) hanteren, kom je bovenaan de lijst een paar topploegen tegen die je daar op voorhand zou verwachten: de Warriors op plek twee, de Celtics op drie en de Thunder op plaats acht.

Maar opvallender is het hoge aantal matige ploegen dat een mega-tempo hanteert: wanneer je het over ‘aantrekkelijk, snel basketbal’ hebt, zal je niet meteen denken aan de Washington Wizards (4e in #balbezitten per wedstrijd met 100.5 gemiddeld), de Phoenix Suns (5e; record van 19-50) of de Philadelphia 76ers (6e; 9 overwinningen in 69 wedstrijden).

Hier komt het toverwoord efficiency om de hoek kijken. Het moordende speeltempo doet de Wizards, Suns en Sixers namelijk niet effectiever basketbal spelen: respectievelijk staan ze 23e, 29e en 30e op de ranglijst van offensive rating (puntentotaal per 100 balbezitten gemiddeld).

De (uhm) ‘koningen’ van slecht-basketbal-op-165 km/h-tempo zijn, hoe toepasselijk, de Kings. Sacramento hanteert met afstand het hoogste tempo in de huidige NBA – hetgeen leidt tot een tamelijk niet-indrukwekkende 18e plek in O-rating, en tegelijkertijd bijdraagt aan de miezerige 25e plek die de Kings bezetten op de ranglijst van verdedigende effinciency. Want de keuze voor een beulstempo betekent ook dat een team verdedigend bestand moet zijn tegen hyper-snel gespeelde wedstrijden.

6. Atlanta, stiekempjes een titelkandidaat
Sinds All-Star Weekend – de vijf dagen durende “winterstop” binnen het NBA-seizoen – zijn de Atlanta Hawks aan het verdedigen geslagen. En HOE!

De Hawks’ defensieve rating (toegestane punten per 100 balbezitten tegenstander): 94.4.

Ter vergelijking: de Cleveland Cavaliers en Toronto Raptors, Atlanta’s concurrenten bij de aanstaande play-offrace in de Eastern Conference, komen in diezelfde periode uit op D-ratings van respectievelijk 103.7 en 106.8.  

5. Memphis Grizzlies = stelletje mazzelpikken
Ik refereerde in de uitzending van BucketsTV van vorige week al aan de grote geluksfactor achter het verrassende success van de door blessures gedecimeerde Memphis Grizzlies dit seizoen.

Hier de meest veelzeggende statistiek die dit statement ondersteunt: in netto/Net Rating (doelsaldo per 100 balbezitten) staat Memphis, met een netto saldo van -1.7, momenteel 19e onder alle NBA-teams. De 39 overwinningen die de Grizzlies alsnog hebben weten te boeken levert een achtste plek op in de huidige lijst van teams met de meeste overwinningen. Dit is wetenschappelijk gezien ongeveer de definitie van ‘mazzel’ hebben.

4. Greek Freak wordt point God
Bovenstaand kadertje zegt eigenlijk al genoeg over de revolutionaire verbeteringen die de positiewisseling van ‘3’ naar ‘1’ in het spel van Giannis Antetokounmpo teweeg hebben gebracht.

Hier nog een leuke aanvulling: doordat de Bucks met Antetokounmpo als point guard nu niet meer met twee non-schutters op de twee forward-posities (‘3’ en ‘4’) spelen, is het spel van tweedejaars toptalent/non-driepuntsschutter Jabari Parker explosief verbeterd. In de wedstrijden waarin Antetokounmpo al spelverdeler fungeert is Parkers scoringsgemiddelde met ruim negen punten geklommen van 11.1 naar 20.3.

3. Money > everything
Niets in het leven van een NBA-speler kan als motivator voor verbeterd spel tippen aan het vooruitzicht op een naderende pay-day.

Chandler Parsons, met z’n Bieber-achtige looks, vele escapades in het celebrity-date-en-feest-circuit en wel-gedocumenteerde reputatie als kenner van de fijnste strip-etablissementen onder alle NBA-spelers anno 2016, weet als geen ander waar en wanneer er gemakkelijk veel poen valt te verdienen voor een bovengemiddeld getalenteerde NBA-prof: in de slotmaanden van het seizoen. Die beslaan voor het grootste deel het geheugen van de mensen aan de onderhandelingstafel.

Parsons is aankomende zomer wederom een free agent, en is sinds de tussenpauze van het All-Star Weekend ‘financieel vooruit aan het plannen’. In deze periode scoort Parsons namelijk ruim vijf punten meer dan in de eerste seizoenshelft (12.6 -> 17.9), pakt hij aanzienlijk meer rebounds (+1.5) en weet hij z’n teamgenoten opeens weer te vinden (2.4 assists -> 4.5).

2. Een All-Star-selectie doet er kennelijk toe
Dat Damian Lillard, sinds hij te horen kreeg niet tot de All-Star Game te zijn verkozen, is veranderd in een vuurspuwend monster (30.4 ppg, 5.6 apg) dat niet zou misstaan in seizoen 6 van Game of Thrones, weten we ondertussen allemaal wel.

In de luwte heeft in de Eastern Conference eenzelfde soort woede-om-een-All-Star-diss-explosive plaatsgevonden. In Charlotte. Waar Kemba Walker sinds de winterstop is getransformeerd tot een superster. De voormalige UConn-ster noteert in dit tijdsbestek gemiddeld 24.4 punten en 6.2 assists per wedstrijd. Vooral het etiket ‘kan niet schieten’ heeft Walker van zich af weten te schudden dit seizoen: in de afgelopen twintig wedstrijden neemt hij maar liefst 7.5 driepuntspogingen per wedstrijd – tegen een haast Curryaans raakpercentage van 42.5%.

1. Kawhi…
Kawhi Leonard is de beste mandekker die ik ooit heb zien verdedigen.

Dat de permanent slimmer-dan-de-rest-zijnde Spurs de beschikking hebben over dit monstertalent is oneerlijk.

Nog oneerlijker voor de overige 29 NBA-teams: Leonards “zwakte” in z’n college-tijd was zijn schot. Zijn driepuntspercentage van 25% in twee seizoenen bij San Diego State University was de voornaamste reden dat hij met de vijftiende keuze in de 2011 NBA Draft nog voor de Spurs beschikbaar was…

…in NBA-seizoen nummer vijf neemt Leonard, als voormalig non-shooter, maar liefst vier driepuntspogingen per wedstrijd, tegen een raakpercentage van 47 procent.

Juist, de Spurs hebben de beschikking over de beste verdediger in de NBA, die pas 24 jaar oud is en in vier tijd kan uitgroeien tot een van de dodelijkste driepuntsspecialisten. Oneerlijkst.

Foto: Getty Images/archief

3 Reacties
  1. flo 4 jaar ago

    Leuk stuk, alleen Leonard is nooit door de spurs gedraft als 15de pick, Indiana drafte hem en traden hem vervolgens gelijk voor George Hill!

  2. Roy 4 jaar ago

    @Flo: klopt, maar was een van te voren afgesproken deal.Op papier selecteerden de Pacers Kawhi maar achter de schermen waren het de Spurs die natuurlijk aangaven wie ze wilden heb op die 15e plek.

  3. Joost (Pacersfan) 4 jaar ago

    mmmm… niet helemaal, want Indy (in de figuur van Larry Bird) heeft aangegeven om de trade toch niet door te laten gaan omdat men ook high was van Leonard.

    Uiteindelijk besloot men om wel op het voorstel van de Spurs in te gaan omdat men net het jaar ervoor ene Paul George had gedraft en er ook nog ene (op dat moment not gezonde) Danny Granger rondliep en men een gat had op PG. Persoonlijk ben ik altijd een tegenstander van deze deal geweest, vanaf het moment op draft night dat ik ervan hoorde…

    Niet dat George Hill slecht is overigens, integendeel, maar de deal kwam mij toen al enigszins eenzijdig over omdat ik Hill wel goed maar niet top vind. Het liefst zou ik hem van de bank zien komen als 6e man, maar goed.

Comments are closed.

Ook leuk om te lezen