SportAmerika’s Hall of Fame Ballot 2018

Door

De MLB Hall of Fame Ballot voor 2018 is inmiddels al enige tijd openbaar. De afgelopen maanden stemden de schrijvers uit de Baseball Writers Association of America (BBWAA) om uit te maken welke spelers zich vanaf komend seizoen ‘Hall of Famer’ mogen noemen, maar toen dachten wij:

Waarom zouden alleen BBWAA-leden mogen stemmen?

Inderdaad, waarom eigenlijk? Dat onrecht, daar doen we bij SportAmerika nu iets aan, want dit jaar kunnen jullie — de lezers — ook stemmen voor de HoF-verkiezing! Natuurlijk, de stemmen tellen niet mee voor het uiteindelijke resultaat in de echte wereld, maar wij zijn wel enorm benieuwd naar de spelers die volgens de SportAmerika-lezers de Hall of Fame in zouden mogen.

Om in de Hall of Fame verkozen te worden, moeten spelers op tenminste 75% van de stembiljetten voorkomen. Halen ze dit niet, maar blijven ze boven de 5%, dan keren ze volgend jaar terug op de ballot. Spelers met minder dan 5% van de stemmen vallen definitief af. Een speler wordt vijf jaar na zijn officiële pensioen aan de ballot toegevoegd en mag daar maximaal 10 jaar op blijven staan.

(John Greim/LightRocket)

We volgen de officiële Hall of Fame-regels. Dit zijn de belangrijkste:

  • Je mag maximaal tien spelers selecteren voor de Hall. Ga je over de tien heen, wordt je stembiljet ongeldig verklaard. Je hoeft natuurlijk niet op 10 spelers te stemmen; minder mag altijd.
  • Wil je op niemand stemmen, maar wel een blanco-stem uitbrengen? Vul dan alleen ‘GEEN’ in, zodat je stem in elk geval meetelt in het percentage.
  • Je mag maar één keer het stembiljet invullen. Bij een vermoeden van meerdere ingevulde biljetten, worden deze ongeldig verklaard.
  • Onze stemronde sluit op 19 januari (12 uur ‘s middags). We maken de resultaten tegelijkertijd met die van de Baseball Hall of Fame (24 januari) bekend. In het kader van transparantie delen verschillende SportAmerika-redacteuren in de dagen voorafgaand aan de officiële Hall-announcement hun persoonlijke ballots.

Om het opzoeken van alle namen en statistieken te vergemakkelijken, staan alle kandidaten hieronder in alfabetische volgorde opgenoemd, voorzien van hun belangrijkste statistieken en een alinea over de spelers’ geschiedenis.

Wil je een lans breken voor een speler of spelers, of over Hall of Fame-gerelateerde zaken discussiëren? Dat kan in de comments onder dit artikel of op Twitter via #SportAmHoF!

Ben je eruit wie dit jaar de Hall of Fame in moet? Stem dan HIER.


Dit is alweer de zesde keer dat legendarische slugger Barry Bonds op de ballot staat. De outfielder hoort bij de allerbeste spelers aller tijden, maar we weten allemaal waarom hij nog niet in de Hall of Fame is opgenomen. De 13-voudig All-Star en achtvoudig Gold Glover was ook vóór zijn steroïdengebruik al één van de beste spelers ooit en in de 90’s zette hij met McGwire en Sosa honkbal terug op de kaart. Vorig jaar kreeg de zevenvoudig MVP 53,8% van de stemmen.

Chris Carpenter en Roy Halladay waren de twee jonge aces voor de Blue Jays, tegen het einde van de jaren ’90. Van die twee is nu alleen nog Carpenter over, maar het is de vraag hoe lang Carp op de ballot blijft staan. Hij won één Cy Young Award, met de Cardinals in 2005, en haalde drie All-Star Games. De rest van zijn stats zijn bovengemiddeld, maar vallen in het niet bij echte Hall of Famers. Hij is nu in zijn eerste jaar dan ook een kandidaat voor de Hall of Very Good, maar het wordt spannend of hij volgend jaar nog op de ballot staat.

Na Bonds is Roger Clemens de tweede legende die nog steeds wacht op zijn Hall of Fame-inductie. De zevenvoudig Cy Young Award-winnaar en American League MVP (1986) voerde de league viermaal aan in wins, vijfmaal in strikeouts, zeven keer in ERA en had zes 20-win-seizoenen. Toch is dit alweer de zesde keer dat hij verkiesbaar is. Waarom? Tsja, zie Bonds. Hij is één van de beste werpers aller tijden. Vorig jaar ontving hij 54,1% van de stemmen.

Een schoolvoorbeeld van een speler met een verdienstelijke carrière, maar wel waarschijnlijk een one and done op de Hall-ballot, is Johnny Damon. De langharige outfielder haalde twee All-Star Games, maar daar is ook alles mee gezegd. Als teamgenoot kon je hem er prima bijhebben en vooral voor de Red Sox was hij van cruciaal belang. Toch valt Damon in principe na één jaar van de ballot af.

Vladimir Guerrero was de laatste grote Montreal Expo voordat de club naar Washington verhuisde. Ook voor de Angels deed hij later fantastische dingen op het honkbalveld. Geen speler kon een bal op enkelhoogte zo makkelijk over de hekken slaan of in een streep lopers op thuis uitgooien. Guerrero werd negen keer verkozen tot All-Star en was de AL MVP in 2004. Met een slaggemiddelde boven de .300 na een carrière van 16 jaar hoor je in Hall. Hij ontving vorig jaar — zijn eerste jaar op de ballot — 71,9% van de stemmen, dus dit jaar moet toch wel zijn jaar worden.

Als er een Hall of Fame voor aantal versleten clubs bestond, zou Livan Hernandez een kans hebben. Helaas is dat niet het geval, dus ondanks een indrukwekkend lange carrière (17 jaar) een een tweede plaats bij de Rookie of the Year-verkiezing in 1997, is dit het enige jaar dat we de Cubaan op de Hall of Fame-ballot zouden moeten zien.

Vorig jaar, toen Hoffman debuteerde op de ballot, ontving de legendarische closer 74% van de stemmen. Die ene procent die hij miste, gaat hij dit jaar wel krijgen. Hoffman staat tweede op de eeuwige saveslijst, achter alleen Mariano Rivera. In maar liefst negen seizoenen brak Hoffman door de 40-save-grens. De zevenvoudig All-Star is één van de allerbesten aller tijden op zijn positie, of je nu vindt dat closers Hall-waardig zijn of niet.

Tsja, soms verschijnen er ook spelers op de ballot die je je bijna niet meer kunt herinneren. Orlando Hudson is zo’n speler. Hij speelde verdienstelijk, daar niet van. Won vier Gold Gloves, is een tweevoudig All-Star en speelde 11 seizoenen in de Major League, maar Hudson is een one and done op de Hall of Fame ballot.

Wat voor Hudson geldt, gaat zeker ook voor Aubrey Huff op. Met 13 seizoenen onder zijn riem deed de eerstehonkman/outfielder ergens iets goed. Hij won zelfs een Silver Slugger Award in 2008 met de Baltimore Orioles. Toch is ook voor Huff maar één seizoen plaats op de ballot en dat is dit jaar.

In een tijdperk waarin het al moeilijk genoeg is voor closers om tot de Hall of Fame gekozen te worden, maakt Jason Isringhausen geen schijn van kans. Izzy had een leuke carrière, maar 300 saves en twee All-Star-verkiezingen gaan je niet tussen de allergrootsten aller tijden krijgen. Eerste jaar op de ballot voor Isringhausen, meteen eraf.

Andruw Jones was de man die in de jaren ’90 de Nederlandse interesse in het Amerikaanse honkbal persoonlijk opkrikte. Ruim 20 jaar later speelt een vrijwel volledig Kingdom of the Netherlands-team in de Major League. Andruw was één van de allerbeste defensieve outfielders aller tijden. In zijn hoogtijdagen kon hij ook een aardig balletje slaan. Voor velen zal hij op de grens zitten, wat eigenlijk te gek voor woorden is.

Naast Andruw zijn er maar drie andere spelers met tenminste 10 Gold Gloves en 400 of meer homeruns: Willie Mays, Ken Griffey Jr. en Mike Schmidt. Alle drie deze spelers waren first ballot Hall of Famers. Andruw’s 14 (!) Gold Glove Awards duwen hem toch richting de Hall. Hij staat dit jaar voor het eerst op de ballot en moet een serieuze kans krijgen.

Veel eenvoudigere keuzes dan Chipper Jones de Hall of Fame in stemmen, zijn er niet. Chipper is de beste switch-hitter uit de geschiedenis van de Major League en beëindigde zijn 19 jaar in de Big Leagues met een slaggemiddelde boven de .300 en meer dan 450 homeruns. Ieder jaar staan er een paar first ballot Hall of Famers op de lijst. Chipper is er één van. De lifelong Brave gaat dit jaar naar Cooperstown.

Jeff Kent had een rare carrière. Na een middelmatige start bij de Blue Jays en Mets, brak hij als 29-jarige bij de Giants van Barry Bonds door. Trek daar zelf je conclusies uit. Vanaf zijn 29e speelde Kent ineens als een Hall of Famer. Hij werd vijf keer tot All-Star gekozen en won de NL MVP in 2000, toen hij .334 sloeg met 33 homeruns en 125 RBI’s. Tussen 1997 en 2005 sloeg hij acht keer meer dan 105 runs binnen. Hij doet niet onder voor vrijwel elke andere tweedehonkman in de Hall of Fame. Toch kreeg hij vorig jaar slechts 16,7% van de stemmen. Misschien komt daar dit jaar verandering in.

Carlos Lee was ook weer zo’n speler die je graag in je team had, maar die nooit extreem indrukwekkende dingen deed. De power hitter sloeg ruim 350 homeruns bij elkaar, maar speelde matige defense. El Caballo was dus eigenlijk een beetje een one-trick pony. Hij was constant, dat moet dan wel weer gezegd worden, maar ook Lee zal na één verschijning op de lijst er weer afvallen.

Als Isringhausen het niet haalt, haalt Brad Lidge het al helemaal niet. De closer was een korte periode erg goed, maar op de momenten dat het moest, gaf hij vaak niet thuis. Iedereen herinnert zich ongetwijfeld nog de play-off-homerun van Albert Pujols tegen Lidge. De rechtshandige werper valt in de categorie one and done.

DH extraordinaire Edgar Martinez staat voor de negende keer op de ballot en heeft dus nog maar twee jaar om de Hall te halen. Hij startte zijn carrière wat laat en valt daarom net buiten de elite-boot, maar als beste full-time DH in de geschiedenis moet er toch een plekje voor hem zijn. Werkt het feit dat hij in de schaduw speelde van Ken Griffey Jr, Alex Rodriguez en Randy Johnson tegen hem, of is het eindelijk tijd voor Edgar? Vorig jaar bleef hij steken op 58.6% van de stemmen.

Hideki Matsui had al een fantastische carrière in Japan erop zitten, voordat hij de stap naar de VS maakte. Als 29-jarige tekende hij bij de Yankees, waar hij in zijn eerste twee seizoenen de All-Star Game haalde. Daarna ging het gestaag bergafwaarts. Matsui heeft dan ook geen schijn van kans voor de Hall of Fame en zal moeten hopen dat hij na zijn eerste jaar op de ballot niet meteen weer wegvalt.

Het grootste slachtoffer van de steroïdegeneratie is misschien wel Fred McGriff. De outfielder staat dit jaar voor de negende keer op de lijst. Waar zijn stats in de periode waarin hij speelde een beetje in het niet vallen bij de dopers, is McGriff nooit gepakt. Hij presteerde zijn hele carrière constant en bovengemiddeld. Het is make or break time voor McGriff, die vorig jaar op 21,7% van de stemmen bleef steken, wat eigenlijk een schande is. Mogelijk moeten we realistisch zijn en is McGriff meer geschikt voor de Hall of Very Good, maar hopen op gerechtigheid mag altijd.

Kevin Millwood was in zijn tijd op de heuvel een nuttige werper, maar ook niet meer dan dat. Minder dan een strikeout per inning en een career-ERA boven de 4.00 gaat je geen Hall of Fame-stemmen opleveren. Dit zal Millwood’s enige verschijning op de ballot blijven.

In theorie zouden meerdere generaties honkbalfans Jamie Moyer hebben kunnen zien pitchen. De nu 55-jarige lefty was maar liefst 25 seizoenen actief in de Major League, van 1986 tot en met 2012 (m.u.v. 2011). Daar houdt het echter al meteen op met de accolades voor Moyer, die met bijzonder gemiddelde stats zijn carrière afsloot. 4000 innings gooien zal niet veel werpers meer lukken, dus petje af voor Moyer, maar na één jaar op de ballot is het voor hem afgelopen.

Mike Mussina pitchte zijn volledige carrière in de altijd lastige AL East, maar toch blijft de werper ondergewaardeerd. De stats liegen er echter niet om; Mussina was constant en altijd beter dan zijn meeste collega’s. Ontbreekt het hem aan een flashy profiel? Vorig jaar kreeg Moose 51,8% van de stemmen. Hij staat daarom nu voor de vijfde keer op de ballot.

Eén van de grotere eerstejaarsnamen op deze stemlijst, is Manny Ramirez. Onder normale omstandigheden zou er weinig voor nodig zijn om de outfielder de Hall of Fame in te stemmen, maar ook over Manny hangt een dopingsluier. In zijn periode bij de Indians en Red Sox was er geen rechtshandige slagman die meer werd gevreesd dan Manny. Als tweede helft van het duo Ramirez/Ortiz bracht hij Boston terug aan de top. Twaalf All-Star Games, negen Silver Slugger Awards: Manny deed wat Manny deed.

Het grote verval aan het einde van zijn carrière kostte hem bij lange na niet zijn .300+ career batting average, wat aangeeft hoe goed hij was. Het wordt interessant om te zien wat er met Ramirez gebeurt.

Er was een tijd dat Scott Rolen een gevreesde slagman was. De NL Rookie of the Year uit 1997 speelde uiteindelijk een prima carrière bij elkaar, waarin hij acht Gold Gloves, zeven All-Star Games en één Silver Slugger verzamelde. De derdehonkman HoF-zaak veroorzaakt momenteel veel discussie in Amerikaanse media. Op het oog ontbreken de flashy stats, maar op zijn positie waren er maar weinig beter dan Rolen over zijn carrière. Sterker nog, hij is negende all-time voor WAR op het derde honk, met 70. Hij gaat het dit jaar moeilijk krijgen met een propvolle ballot, maar Rolen mag niet zomaar afgeschreven worden.

Een moeilijke kwestie in deze lichting Hall of Famers is Johan Santana. De tweevoudig Cy Young Award-winnaar zag zijn carrière wegens blessures vroegtijdig eindigen. Al op 33-jarige leeftijd hield de lefty het voor gezien. Zijn carrière duurde dan ook slechts 12 seizoenen, waarvan hij er negen domineerde. In de modernere statistieken komt Santana er (nog) beter af dan in de traditionele. De werper voerde de league driemaal aan in ERA+ en FIP. Santana was bijna een decennium een absolute ace, maar de eye-popping stats ontbreken door de verkorte duur van zijn carrière. Toch maakt hij een kans, nu hij voor het eerst op de ballot staat.

‘Big Game’ Curt Schilling was een geweldige werper, die in oktober vaak nog verder boven zichzelf uitsteeg. Zijn 11-2 record in de postseason (2.23 ERA) liegt er niet om. Op zijn resumé staan ook een NL MVP Award (1993) en een World Series MVP (2001). Schilling won drie keer een World Series-titel en iedereen herinnert zich nog de beroemde ‘Bloody Sock’-game. Helaas voor Schilling heeft hij zich in de jaren na zijn actieve carrière ontpopt tot een — op zijn zachtst gezegd — moeilijk persoon, wiens politieke overtuigingen hem vaak in de problemen brengen en hem zijn baan bij ESPN kostte. De ‘personaliteitsclausule’ in het HoF-statuut lijkt hem zwaarder aan te worden gerekend dan de dopers. Hij staat voor de zesde keer op de ballot en haalde vorige jaar 45% van de stemmen.

Ook outfielder Gary Sheffield wordt al jaren ondergewaardeerd als het op de Hall of Fame-voting aankomt. De outfielder met de vervaarlijk uitziende batting stance was één van de meest constante hitters uit zijn tijdperk. Hoog slaggemiddelde en 20-30 homeruns per seizoen waren hem niet vreemd. Ook over Sheffield hangt echter een dopingwolk. Hij staast voor de vierde keer op de lijst, na vorig jaar 13% van de stemmen te hebben ontvangen. De twee jaar ervoor schommelde hij rond de 11%, dus de stijging is minimaal.

Daar is de andere grote (doping)naam in deze rij: Sammy Sosa. Zijn homerunmaatje Mark McGwire is inmiddels niet meer beschikbaar voor de Hall of Fame, maar Sosa heeft nog een paar jaar te gaan. Of…. niet? De outfielder staat nu voor de zesde keer op de lijst en haalde vorig jaar slechts 8,6% van de stemmen.O Het wordt dus spannend of Sosa dit jaar, op een tot de nok toe gevulde lijst, de 5% wel haalt. Ondanks zijn dopingverleden is het gat tussen Bonds en Sosa qua stempercentages echt bespottelijk groot. 609 homeruns en meer dan 200 gestolen honken horen eigenlijk in de Hall.

Vijfvoudig All-Star Jim Thome is een First Ballot Hall of Famer. Als één van de beste keer power hitters uit zijn generatie lijkt er geen enkele discussie dat de lefty in 2018 toegevoegd wordt aan Cooperstown’s legendes. In tegenstelling tot zijn generatiegenoten is Thome nooit verdacht geweest van steroïdegebruik. Datzelfde gold vorig jaar overigens voor Frank Thomas, die ook in zijn eerste jaar op de lijst de Hall werd ingestemd. Na een carrière die 22 seizoenen bestreek, gaat Thome dit jaar Thomas achterna, dat kan haast niet anders.

Omar Vizquel, de kortestop uit de gloriedagen van de 90’s Indians, stond niet bepaald bekend om zijn aanvallende capaciteiten. Het was eigenlijk vrij dramatisch, wat de infielder aan slag liet zien. Dat gebrek maakte hij wel een beetje goed met snelheid (400+ steals) en adembenemend defensief spel. Vizquel wordt algemeen gezien als de opvolger van Ozzie Smith, de Cardinals-kortestop die in de jaren ’80 als Wizard of Oz bekend stond. Vanaf 1993 won Vizquel negen Gold Gloves op rij. Hij beëindigde zijn carrière met 11 stuks in de kast.

De drievoudig All-Star speelde maar liefst 24 seizoenen in de Major League en staat dus nu pas voor het eerst op de ballot. Ook Vizquel veroorzaakt discussies in de VS als het op zijn Hall-waardigheid aankomt. Dit jaar is de ballot te vol, dat kan haast niet anders.

Closer Billy Wagner was een uitzonderlijk verdienstelijke reliever, maar daar houdt het ook wel een beetje op. Hij beëindigde zijn carrière met veel meer strikeouts dan slagmensen tegenover zich, maar hij mist de impact van een Trevor Hoffman om een serieuze kans te maken op de Hall. Dat is jammer, want Wagner was een extreem dominante werper in zijn beste dagen. Hij staat voor de derde keer op de lijst en schommelt al twee jaar ronde de 10% (10,2% in 2017).

Net als McGriff is Larry Walker een moeilijk geval. De outfielder verzamelde een indrukwekkende lijst aan stats, maar profiteerde lange tijd van Coors Field, althans: dat zeggen zijn tegenstanders. Toch speelde Walker maar 30% van de wedstrijden in zijn carrière in Colorado en is zijn OPS on the road te evenaren met de groten in de geschiedenis. Daarnaast won hij drie keer de batting title en werd hij vijf keer de All-Star Game ingestemd. Toch lijken de stats niet uitzonderlijk genoeg om de Hall of Fame te halen. Hall of Very Good? Count him in. Walker staat voor de achtste keer op de ballot en zag zijn stempercentage vorig jaar licht stijgen, van 15,5% naar 21,9%.

Als er een werper is geweest die in de laatste 20 jaar vrijwel direct als potentieel Hall of Famer werd bestempeld, is het wel Kerry Wood. In 1998 won de Cubs-werper op 21-jarige leeftijd de Rookie of the Year Award en werd hij één van de weinige pitchers in de geschiedenis die 20 strikeouts in één wedstrijd gooiden. Toch werd de carrière van Wood er eentje van teleurstellingen. Net als teamgenoot Mark Prior werd Wood’s arm door slechte coaching de vernieling in geholpen. Een gezonde Wood was een genot om naar te kijken. Toch zal hij moeten vechten om dit jaar te overleven op een propvolle ballot.

Bij de Cubs dacht men lange tijd dat met Carlos Zambrano een nieuwe ace in de gelederen was gevonden, maar Z bleek meer en meer een karikatuur van zichzelf. De heetgebakerde werper stond meer bekend om zijn ontploffingen in de dug-out, dan om zijn werperskwaliteiten. Toch wist Zambrano in zijn 12 jaar in de league zijn ERA meestal halverwege de 3.00 te houden, dus het talent was er wel. Het kwam er echter nooit helemaal uit. Drie All-Star Games, twee Silver Sluggers, één jaar op de ballot.


NOGMAALS, STEMMEN KAN HIER.


(Top photos: Getty Images)

2 Reacties
  1. Wouter van Willigen 4 maanden ago

    Ik pretendeer hier niet de kennis te hebben om te kunnen stemmen. Maar …. Jasper, wat een SUPERposting!! Zo informatief, zo vol passie geschreven. Dank je, dank je, dank je :).

    Het enige stemadvies dat ik de echte kenners wil geven: Don’t vote steroids! Barry Bonds behoort niet in de HOF. Valsspelen mag en zal nooit beloond worden.

    • Jasper Roos 4 maanden ago

      Ha, dank je, Wouter! De stemmen rollen binnen en het loopt enorm uiteen. Leuk om te zien hoe fans deze kwestie benaderen. Voel je vrij om gewoon te stemmen hoor, al is het maar op basis van de statistieken of je voorgevoel! Alleen maar leuk.

Comments are closed.

Ook leuk om te lezen