NHL History: gamechanger Bobby Orr en zijn Bruins

Door
Een iconisch moment in de geschiedenis van de NHL. Bobby Orr vliegt met zijn Bruins naar de Stanley Cup in 1970. Helaas maakte een onwillende knie al vroeg een einde aan een glorieuze loopbaan. (photo: AE Maloof/AP Photo)

The Goal ziet in 2020 Abraham. We kennen nu allemaal Brent Burns, John Carlson, Dougie Hamilton en natuurlijk Erik Karlsson. Officieel zijn dit allemaal verdedigers, maar de heren hebben stuk voor stuk naam gemaakt vanwege hun aanvallende kwaliteiten. Natuurlijk hebben ze dit allemaal zelf gedaan, maar zonder Bobby Orr had hun loopbaan er mogelijk heel anders uitgezien. De voormalig vedette van de Boston Bruins was de eerste echte offensive defenseman in de NHL en creëerde in z’n eentje een compleet nieuwe manier van spelen. Tijd om een halve eeuw terug in de tijd te gaan en nader kennis te maken met het fenomeen Orr en diens Boston Bruins.

HOOP IN BANGE DAGEN

De sixties waren niet het decennium van de Boston Bruins. Nadat de club tussen 1934 en 1959 slechts drie keer de play-offs miste, braken de magere jaren aan in de beroemde jaren zestig. Het werden er acht voor de B’s. Acht seizoenen waarin ze met name tegen de New York Rangers streden om de rode lantaarn in de NHL. Vaak belandde die lantaarn in de Boston Garden en dan was die strijd doorgaans nog niet eens spannend ook. Toch veranderde er in die jaren zestig wel iets in Boston. Ondanks de interesse van onder andere Toronto en Montreal besloot een 14-jarige puber in 1962 toe te treden tot de organisatie van de Bruins. Bobby Orr had toen al naam gemaakt als junior. Hij kon geweldig met een stick overweg, kon goed schaatsen en scoorde aan de lopende band. En dat alles als verdediger…

De 14-jarige Orr was natuurlijk nog niet klaar voor de NHL, dus stalden de Bruins hem in de Metro Junior A League. Daar vocht hij duels uit met jongens die zeker drie, soms vijf jaar ouder waren dan hij. Ideaal voor de hardheid die Orr later goed van pas zou komen. In 1963-1964 speelde Bobby Orr in de Ontario Hockey Association. Met 29 goals vestigde hij een nieuw record. Nooit eerder had een verdediger in die leeftijdscategorie in deze OHA zo vaak gescoord. Hoewel Orr het op dat moment nog niet wist, werd dit slechts één van de vele records die hij op zijn naam kreeg. Twee jaar later trok vader Doug aan de bel. Zijn zoon verdiende meer geld en na veel plussen en minnen kreeg de familie gelijk. Het was één van de eerste contracten die met tussenkomst van een spelersmakelaar (Doug Orr) werd afgesloten in de NHL.

BEWARE OF THE BIG, BAD BRUINS

Weer twee jaar later was daar het daadwerkelijke debuut in de NHL. De 18-jarige Orr speelde in 1966-1967 61 wedstrijden op het hoogste niveau en verzamelde 41 punten. Hij scoorde 13 keer en mocht aan het einde van ’t seizoen de Calder Trophy in ontvangst nemen voor Rookie of the Year. Daarmee kreeg Larry Regan na tien jaar eindelijk een opvolger. Regan was de laatste Bruin die de Calder won, maar zijn loopbaan kwam al na vijf seizoenen en 280 wedstrijden tot stilstand. Voor Orr was het slechts een tussenstop op weg naar veel meer moois.

Net als Orr debuteerde ook Harry Sinden in ’66 bij de B’s, maar dan als coach. De jonge dertiger nam het stokje over van Milt Schmidt, die slechts één keer niet zesde en laatste was geworden. Dat was uitgerekend in zijn laatste seizoen. Schmidt werd toen vijfde. Alle begin is moeilijk, dus kreeg ook Sinden het voor zijn kiezen. In z’n eerste seizoen leidde hij de Bruins naar 17 zeges in 70 wedstrijden en daarmee was de volgende rode lantaarn een feit. John Bucyk (18G, 30A) en Pit Martin (20G, 22A) waren de enige Bruins met meer punten dan debutant Orr dat jaar.

Het was het laatste seizoen van alleen de Original Six, maar 1966-1967 was ook het laatste seizoen waarin de Bruins niets voorstelden. Boston gebruikte de zomer van ’67 om zich eens flink te versterken. Doelpuntenmachine Phil Esposito werd opgehaald bij de Blackhawks en de jonge Derek Sanderson werd ontdekt bij de Niagara Falls Flyers. Waar Esposito al een gevestigde naam was, daar bleek de rookie een schot in de roos. Sanderson was niet op zijn mondje gevallen, kon geweldig ijshockeyen, maar was bovenal ook een fantastische teamgenoot. Z’n vele strafminuten vertellen het verhaal.

NEUS AAN HET VENSTER

Naast Esposito kwamen ook Fred Standfield en Ken Hodge in de zomer van 1967 over van de Blackhawks. Stuk voor stuk bleken dit gouden grepen. Sinden kreeg een groep in handen die voor elkaar door het vuur ging en het ijshockey in Boston en de VS voorgoed zou veranderen. Daarover later meer. In 1967-1968 bleef de bijdrage van Orr beperkt tot 46 wedstrijden. De knie speelde hem parten en helaas zou dit een terugkerend probleem worden tijdens zijn loopbaan. De goals moesten in dat seizoen dan ook vooral komen van Phil Esposito (35G), oudgediende John Bucyk (30G) en John McKenzie (28G). Zij leidden de Bruins naar hun eerste play-offs in bijna 10 jaar, maar verder dan de eerste ronde kwamen ze niet. De league was door de expansion dan wel gegroeid, maar de Montreal Canadiens waren nog altijd de baas. Op weg naar de Cup schakelden ze ook Boston uit.

Een jaar later ging het voor Orr en de Bruins opnieuw mis tegen de Canadiens. Dit keer in de halve finales. Een Cup werd weliswaar niet gewonnen, maar voor Boston werd het een seizoen om niet snel te vergeten. Voor het tweede jaar op rij scoorde de ploeg de meeste goals, maar tegen alle wetten van de logica in voerden ze ook de lijst met strafminuten aan. Coach Sinden had een stel musketiers gecreëerd. Eén voor allen, allen voor één. Als het moest, kwamen de vuisten hier aan te pas. Deze manier van spelen zorgde ervoor dat de Boston Garden vrijwel elke wedstrijd bomvol zat. Liefhebbers van technische hoogstandjes kwamen echter ook aan hun trekken. Phil Esposito noteerde z’n eerste seizoen met meer dan 100 punten (49G, 77A), Orr (21G, 43A in 67 gms) won zijn tweede Norris en Sanderson verzamelde naast z’n 146 strafminuten ook 26 goals.

AAN DE HAND VAN ORR

In 1969-1970 werd duidelijk hoe onwaarschijnlijk goed Bobby Orr was. De blueliner met de creatieve en aanvallende geest bleef eindelijk heel en de Bruins profiteerden daar optimaal van. Hoe goed Orr was? Als eerste verdediger ooit passeerde hij dat seizoen de grens van 100 punten. Bobby Orr bleef steken op 33 goals en 87 assists. Daarmee won hij de Art Ross Trophy, de Hart Memorial Trophy en in de play-offs ook nog de Conn Smythe Trophy. En natuurlijk was de Norris ook opnieuw voor hem. Een ongekende prestatie van een speler, die ook nog eens hartstikke goed kon verdedigen.

Naast Orr speelde ook de familie Esposito een belangrijke rol tijdens het reguliere seizoen. Phil (43G, 56A) schoot de ene na de andere puck tegen de touwen namens de Bruins. Broertje Tony (.932 sv%) probeerde die juist tegen te houden namens de Blackhawks en aangezien zowel de Vezina als de Calder Trophy door hem werden gewonnen, ging hem dit goed af. Chicago had in de kwartfinale van de play-offs geen enkele moeite met Detroit (4-0). Boston bond de strijd weer aan tegen de Rangers, maar dit keer behoorden beide teams dus tot de betere in de league. Een heftige serie werd door de Bruins met 4-2 gewonnen. Esposito en Orr verzamelden 10 punten in die 6 duels. Sanderson pikte 58 strafminuten op.

In de halve finale was het Phil Esposito die als laatste lachte. Hij scoorde vijf keer tegen zijn jongere broertje en alleen Game 4 (5-4 winst) was spannend. Boston was met een sweep een maatje te groot voor de Blackhawks en voor het eerst sinds 1958 plaatsten de Bruins zich voor de Stanley Cup Finale. Toen waren de Canadiens over zes wedstrijden de beste, maar die lagen er al uit. Het nieuwe St. Louis Blues was nu de opponent.

EINDELIJK WEER DIE CUP

De Tweede Wereldoorlog was nog niet op de helft toen de Bruins in ’41 hun laatste Cup wonnen. Daarna waren er veel play-offs, een zeldzame Cup Final en een periode van droogte. De komst van Bobby Orr gaf de fans hun trots terug. En de Bruins hun succes. Tegen de Blues was het eigenlijk maar één duel spannend. St. Louis probeerde Esposito in toom te houden, slaagde daar ook in, maar had buiten John Bucyk gerekend. Esposito moest het doen met twee goals in vier wedstrijden, maar de bijna 35-jarige Bucyk was met zes goals de grote man. Net als Orr overigens. De blueliner noteerde 1 goals en 4 assists, maar zijn +10 rating was de beste van allemaal.

Het was ook de man met rugnummer 4 die in de vierde periode van Game 4 de Bruins hun vierde Stanley Cup schonk. En hij deed dit op magistrale wijze. Voor het eerst in de finale stribbelden de Blues serieus tegen. In de eerste drie wedstrijden scoorden de Bruins 16 keer en kregen ze er slechts 4 tegen. In Game 4 scoorde St. Louis drie keer en aangezien ook Boston in de eigen Garden drie keer scoorde, moest een OT uitkomst bieden. In die verlenging pakte de grote man van het seizoen zijn moment. Met zijn flying goal schoot hij niet alleen zichzelf de boeken in, maar besliste hij ook de wedstrijd. De magere jaren waren definitief voorbij en de vele, vele nieuwe fans van de Bruins mochten juichen. Uitgerekend dankzij de man die door zoveel van deze fans geadoreerd werd.

VROEG AFSCHEID

Bobby Orr bleef de liefhebbers na dat seizoen nog vijf jaar trakteren op prachtige momenten. Als jonge twintiger wist hij vrij fit te blijven en dit zou hem acht jaar op rij de Norris Trophy opleveren. In 1974-1975 kwam Orr tot een geweldig aantal van 135 punten. Esposito was toen al een dertiger, maar kwam toch ook nog tot 127 punten. Bucyk naderde de 40. De winger die de Bruins 21 jaar zou dienen en zijn loopbaan afsloot bij de Red Wings in ’78 was in ’75 nog derde op de topscorerslijst in Boston met 81 punten. In de play-offs liepen ze zich echter al snel stuk op de Blackhawks. Orr had op dat moment al een tweede Cup op zak. Onder leiding van Tom Johnson waren de Bruins in ’72 oppermachtig. Esposito (66G(!), 67A) en Orr (37G, 80A) droegen het team naar de Stanley Cup.

Die vermaledijde knie zou Bobby Orr in de laatste jaren van zijn loopbaan opbreken. Na het seizoen met 135 punten werd één van de allerbeste spelers aller tijden nooit meer zichzelf. Hij zou daarna in drie seizoenen nog maar 36 wedstrijden spelen. De laatste 26 als Blackhawk, waar hij nog twee seizoenen onder contract stond. Bobby Orr moest op 31-jarige leeftijd al stoppen, maar zijn cijfers zijn ongekend. In 657 wedstrijden scoorde de eerste offensive defenseman 270 goals en gaf hij 645 assists. Zijn 953 strafminuten geven aan dat Orr het fysieke contact ook niet schuwde.

Wayne Gretzky mag dan The Great One zijn, maar Orr zit daar niet ver achter. Don Cherry, zijn voormalige coach bij de Bruins, vindt Orr de beste speler ooit. Door zijn aanvallende manier van verdedigen, veranderde Orr de sport en de cijfers liegen ook niet. Gretzky scoorde gemiddelde 1,921 punten per duel. Orr kwam tot 1,393. Als verdediger.

ERFENIS

De vorige week 72 jaar geworden Bobby Orr heeft Boston en de VS veel meer gegeven dan alleen goals, assists en Stanley Cups. Dankzij Orr en zijn Bruins werd het ijshockey in New England ongelooflijk populair. In 1964, voor de opkomst van Orr, waren er nauwelijks 200 jeugdteams in de regio. Nog geen tien jaar later waren er ruim 2100 jeugdteams in New England. Al die kinderen pakten een stick en wilden zijn als Bobby Orr, Phil Esposito of één van die andere heroïsche Bruins. Daar waar mogelijk kwam Orr zelfs langs op school om even training te geven.

Ook de Amerikaanse televisiekijker stemde graag af op een wedstrijd van de Bruins. De eerste tv-contracten werden gesloten in die jaren en door hun manier van spelen kregen de Bruins er enorm veel fans bij. Over het hele land zagen jongens Bobby Orr tekeer gaan en heel voorzichtig mogen we concluderen dat zijn aanwezigheid de VS in 1980 geen windeieren heeft gelegd. Het wereldberoemde Team USA groeide als kind op met Bobby Orr en z’n Big, Bad Bruins en werden ongetwijfeld geïnspireerd op weg naar hun Miracle On Ice.


NIEUWS


  • De NHL heeft deze week weer iets van zich laten horen. Zo is gevraagd aan de organisaties of ze tot augustus over hun stadion en ijsvloer zouden kunnen beschikken. Dit zou dus betekenen dat de NHL een vervolg van de competitie nog niet uit het hoofd heeft gezet. Er is al wel een (voorlopige) streep door de uitreiking van de Awards gegaan. Deze zouden in juni in Las Vegas plaatsvinden. Ook de draft (in Montreal) en de scouting combine (in Buffalo) gaan niet door in verband met het coronavirus. Tijdens de scouting combine krijgen prospects de kans zich nog één keer te laten zien aan de teams. Overigens bevestigden de Senators afgelopen weekend dat twee van hun spelers positief hebben getest op het virus.

Cover Photo: Ray Lussier/AP Photo

Reageer op dit artikel

Je mailadres komt niet op de site te staan.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Ook leuk om te lezen