NHL History: dolgelukkig met zeven hechtingen

Door

Tegenwoordig worden er zelfs kunstenaars op losgelaten en af en toe is het een dankbaar artikel in een (horror)film. Het goaliemasker is niet meer weg te denken uit het hedendaagse ijshockey en de sluitposten zullen waarschijnlijk eerst wel een paar keer nadenken voor ze zonder dat deel van de uitrusting op pad gaan. Als het masker niet goed bevestigd is, wordt het spel stilgelegd zodat de goalie in kwestie zijn uitrusting weer op orde kan brengen. Kortom, er wordt veel gedaan om de man (of vrouw) tussen de palen te beschermen. Hoe anders was dit een slordige 60 jaar geleden. Ook toen waren er goalies, maar zij zagen zonder enige vorm van bescherming de pucks op hun gezicht afkomen. Tot Jacques Plante van de Montreal Canadiens opstond.

BEGINJAREN

Jacques Plante maakte in 1953 van dichtbij mee hoe de Montreal Canadiens beslag legden op hun achtste titel. Tijdens het reguliere seizoen speelde de toen 24-jarige Plante slechts drie wedstrijden. In de play-offs deed coach Dick Irvin vier keer een beroep op de rookie en dat legde Irvin geen windeieren. Plante noteerde een GAA van 1.75 en hielp zijn team aan drie overwinningen. Hij moest dat seizoen echter Gerry McNeil nog voor zich dulden in de hiërarchie. Een jaar later veranderde dat nog niet. Niet tijdens het reguliere seizoen althans. Plante mocht nu 17 keer starten en kwam tot een 1.41 GAA. McNeil moest het doen met 2.13.

In de play-offs, die toen nog over twee ronden gingen, waren de rollen omgedraaid. Nu was Plante de starter, maar was McNeil degene die beter presteerde. De twee goalies konden hun team niet naar een negende titel dragen. Daarvoor waren de Detroit Red Wings in de finale net (4-3) te sterk. In 1954 maakte Gerry McNeil plaats voor Jacques Plante. De gewezen backup had zich in het off-season laten opereren aan zijn linkerhand, die hij na een breuk niet goed kon bewegen. De ingreep was succesvol en Plante werd de aangewezen starter voor de traditieclub uit Montreal. Hij mocht nu laten zien dat hij de vorm die hij in de jeugdteams, de minors en als backup aan de dag legde, kon doortrekken als starter op het allerhoogste niveau.

STERRENENSEMBLE OP JACHT NAAR CUPS

Het was niet niks wat de jonge Plante in de kleedkamer zag als hij om zich heen keek. Maurice Richard zat in de herfst van zijn loopbaan, maar The Rocket was met 38 goals en 36 assists nog altijd van levensbelang voor de Habs. Jean Beliveau was 23 en 10 jaar jonger dan Richard. Net als voor Plante begon ook voor hem in 1954 het avontuur in de NHL pas echt. En net als Richard en Plante zou ook Beliveau uitgroeien tot een Hall of Famer. Negen van de dertig spelers op het roster dat jaar zouden uiteindelijk een plek tussen de groten der aarde verdienen.

Toch zal Plante niet met voldoening terugkijken op zijn eerste échte seizoen in de league. Zijn 2.12 GAA in 52 wedstrijden was niet slecht en met 33 overwinningen kun je als goalie ook wel thuiskomen. De kers op de spreekwoordelijke taart ontbrak echter. Montreal pakte ruim 66% van de mogelijke punten, maar zag Detroit met bijna 68% nog beter scoren. In een meeslepende Stanley Cup Final waren het ook de Red Wings die de Canadiens op de knieën kregen. Voor het tweede jaar op rij ging de Cup naar Motown en voor het tweede jaar op rij ging het in zeven duels mis voor de Habs.

Vanaf het najaar van 1955 nam Montreal de league in een wurggreep. Jean Beliveau trad uit de schaduw van The Rocket, die in z’n nadagen ook nog eens gezelschap kreeg van broertje Henri. De Canadiens werden sterker en sterker en Plante werd beter en beter. In 1955-1956 won Plante zijn eerste van zeven Vezina Trophy’s en was hij met een 1.86 GAA schier onverslaanbaar. De Habs rekenden af met Detroit in de finale (4-1), maar wisten niet dat 1956 de sport voorgoed zou veranderen.

MAN WITH THE MASK

Jacques Plante stond intern al bekend als innovator. Voor hem was er geen goalie die het in zijn hoofd haalde zich met het spel te bemoeien en de puck te passen. Plante wel. Ook had hij z’n gemankeerde hand lang weten te verbloemen door meer zijn lichaam te gebruiken dan z’n collega’s. In ’56 zette de goalie de volgende stap. Het dragen van een masker was not done in die tijd. In 1930 had Clint Benedict het een paar wedstrijden aangezien. Door een schot van Canadiens-ster Howie Morenz brak Benedict zijn neus en jukbeen. Om toch zo snel mogelijk weer op het ijs te staan, besloot de goalie met een masker te gaan spelen. Het experiment duurde precies twee wedstrijden. Het neusstuk belemmerde zijn zicht en het masker werd in een hoek gesmeten.

Het masker van Benedict leek in niets op de moderne versie. Of zelfs op die van Jacques Plante. (photo: puckstruck.com)

Hoewel veel goalies sindsdien gespeeld hebben met het idee een masker te dragen, moest er een kwart eeuw later een bijholteontsteking aan te pas komen voor de actie van Benedict een vervolg kreeg. In ’56 moest Plante vanwege een bijholteontsteking een operatie ondergaan. De ingreep kostte hem 13 wedstrijden en tijdens het herstel besloot hij tijdens trainingen een masker van plexiglas te dragen. Hij had zijn huiswerk gedaan, want Benedict gebruikte een masker gemaakt van stug leer met een groot neusstuk en dat bleek dus geen succes. Waar Plante een experiment wel zag zitten, daar had coach Toe Blake andere ideeën over het masker. Hij vond zijn goalie niet scherp als hij z’n gezichtsbescherming droeg en verbood Plante het voorwerp te dragen tijdens wedstrijden. Tot z’n goalie hem op 1 november 1959 voor het blok zette.

GROEN LICHT

Op die dag werden de neus en bovenlip van Plante opengereten door een schot van Andy Bathgate. In de beroemdste arena ter wereld, Madison Square Garden, werd het toegetakelde gezicht van Plante er niet mooier op. Zeven hechtingen waren er nodig om de boel weer aan elkaar te krijgen, maar de goalie mocht het ijs weer op. De inmiddels 27-jarige Plante weigerde echter zonder zijn masker de wedstrijd te vervolgen. Gerry McNeil was teruggekeerd als backup, maar Blake besloot over zijn hart te strijken en Plante weer aan het werk te zetten. Met zijn inmiddels beroemde masker. Had de goalie last van zijn bescherming? Nee, bepaald niet. De Rangers vuurden 30 schoten op hem af en 29 keer had Plante zijn antwoord klaar. Montreal won met 3-1, maar naderhand ging het toch vooral over dat rare ding op het hoofd van Jacques Plante.

Teamgenoten beweerden na het gewonnen duel dat er nog nooit iemand zo blij met zeven hechtingen was geweest. Plante wilde z’n masker al langer dragen en tijdens de voorbereiding kreeg hij ook groen licht van zijn coach. De prestaties vielen echter tegen en Plante werd verboden het masker tijdens officiële wedstrijden te dragen. Na diens kranige optreden tegen de Rangers kon ook Toe Blake niet terug. Jacques Plante mocht zijn gezicht beschermen, maar Blake bleef sceptisch. Als het de prestaties op een negatieve wijze beïnvloedde, ging het ding weer af. Het tegenovergestelde gebeurde. De Canadiens pakten punten in elk van hun 11 volgende wedstrijden en 10 daarvan werden zelfs gewonnen. Toen de ploeg echter in december ’59 slechts 2 van de 9 duels won, werden er toch weer vraagtekens gezet bij Plante en zijn masker.

LAFAARD

Keer op keer moest Plante zijn coach overtuigen dat hij geen last van zijn masker had. Blake stond echter niet alleen in zijn bedenkingen. De fans vonden het ook maar niks dat één van de beste goalies aller tijden opeens met zo’n raar object tussen de palen stond. Vanaf de tribunes kreeg Plante, op weg naar zijn vijfde Vezina Trophy op rij, de nodige verwensingen naar zijn hoofd geslingerd. De fans vonden hem onder meer een lafaard en de pers schreef over een afschuwelijk vals gezicht. In maart 1960 besloot Plante zijn coach en de andere criticasters een plezier te doen. Tegen de Detroit Red Wings liet de goalie zijn masker achter in de kleedkamer en prompt verloren de Habs: 3-0. Langzaam maar zeker ging ook Toe Blake om. Niet het masker was doorslaggevend, maar de man mét het masker.

Diezelfde man nam tijdens de play-offs in 1960 alle twijfels weg. Plante was vaak goed in het postseason, maar dit keer was hij simpelweg magistraal. Met een uitmuntende Plante tussen de palen waren de play-offs dat jaar een walk in the park voor de Montreal Canadiens. Eerst werden de Blackhawks eenvoudig in vier wedstrijden weggezet en in de Stanley Cup Final was er voor de Maple Leafs geen houden aan. Net als Chicago kregen ook zij een sweep aan de broek en in die vier wedstrijden wisten ze Jacques Plante (met masker) slechts vijf keer te verschalken. De Habs wonnen hun vijfde Cup op rij en met een 1.35 GAA had hun goalie een grote vinger in de pap. Plante kreeg later zijn vijfde Vezina op rij overhandigd. In ’62 en ’69 (in dienst van St. Louis) zou hij die award opnieuw winnen. Daarmee is Plante nog altijd recordhouder.

NAVOLGING

Goalies zijn net mensen en dus duurde het even voordat alle keepers in het ijshockey “om” waren. Andy Brown, op dat moment goalie van de Penguins, was in 1974 de laatste die zonder masker plaatsnam onder de lat. In de tussentijd had de ontwikkeling van het masker niet stilgestaan. Het plexiglas van Plante had al plaatsgemaakt voor een masker dat al meer lijkt op de hedendaagse. Daarin speelde Vladislav Tretiak dan weer een belangrijke rol. Tijdens de beroemde Summit Series in ’72, waarin spelers uit de NHL het opnamen tegen de Sovjets, betrad Tretiak het ijs met een masker met een zogenaamde kooiconstructie.

Dit werd nog weer geperfectioneerd door een andere grootheid. Tony Esposito besloot het masker van Tretiak te combineren met het plexiglas geval van Plante. Dit bood zijn hoofd nog weer wat meer bescherming. In ’88 werd de voormalig Blackhawk en winnaar van drie Vezina’s opgenomen in de Hall of Fame. Esposito speelde, nadat hij in de NHL was gedebuteerd namens de Canadiens, 15 seizoenen voor de Blackhawks, was actief in 886 wedstrijden en won er daarvan 423. Jacques Plante speelde na zijn tijd in Montreal nog onder meer voor de Rangers, de Blues en de Maple Leafs. In 18 seizoenen NHL won de goalie 437 van zijn 837 wedstrijden en hij sloot af met een 2.38 GAA.

Wat wins betreft, vinden we Plante nog altijd terug bij de 10 beste goalies in de geschiedenis van de league. Hoe goed de goalie tijdens zijn hoogtijdagen ook was, zijn opvolgers zullen hem vooral dankbaar zijn voor het lef dat Plante toonde in Madison Square Garden in 1959. Op die dag werd het leven een stukje aangenamer voor de goalies in de NHL.


NIEUWS


Onlangs konden we in een update al melden dat het seizoen voortgezet wordt met de play-offs. Het plan dat toen op tafel lag, zal worden uitgevoerd. Het is echter nog altijd onduidelijk wanneer dit zal gebeuren. Wel is duidelijk dat de 24 teams die het seizoen 2019-2020 gaan hervatten vanaf 10 juli een trainingskamp mogen beleggen. Natuurlijk moeten dit wel mogelijk zijn met het oog op het coronavirus. Waarschijnlijk wordt binnenkort ook duidelijk in welke locaties (Las Vegas lijkt zeker) de teams gaan spelen. Canadese teams zullen hun kamp vermoedelijk in de VS gaan beleggen. Dit heeft dan weer te maken met de regel dat mensen die naar Canada reizen eerst twee weken in quarantaine moeten. Als we ervan uitgaan dat een trainingskamp zo’n drie weken duurt, is het de verwachting dat ergens begin augustus wordt begonnen met de play-offs.

Cover Photo: Canadian Press

Reageer op dit artikel

Je mailadres komt niet op de site te staan.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Ook leuk om te lezen