MLB Hall of Fame 2017: een zonnestraal door de donkere dopingwolk?

Door

Chicago Cubs v San Francisco Giants

Als er één zaak is waar het honkbal van de eenentwintigste eeuw maar mee blijft worstelen, dan is het wel het dopingbeleid. Het wierp zijn schaduw over grote prestaties en over grote namen. Het wiste bijna een heel decennium uit de geschiedenisboeken. En zelf nu is het, met het oog op de stemming voor de Hall of Fame 2017, nog altijd ongemakkelijk om de zaak een plek te geven. Al lijkt 2017 het jaar van de ommezwaai te worden.

Het jaar 2017 is geen gemakkelijke voor de stemgerechtigde sportschrijvers van de Verenigde Staten. Van een stembiljet vol mannen waar om uiteenlopende redenen wel iets op aan te merken valt moeten in ieder geval een aantal klinkende namen uit het verleden naar eeuwige roem worden gekruist. Moeilijk. Vooral omdat door de BBWAA gekozen moet worden welk principe het zwaarst weegt.

Het steroid era
Het ligt nog zo vers in het geheugen. De zwijgende sterren uit de periode tussen 1990 en 2005 die in het verdachtenbankje plaatsnamen maar niets loslieten. De mannen die de sport weer aanzien gaven na de grote staking van 1994 bleken stuk voor stuk bedriegers te zijn. Met een spuit in de arm en kurk in de knuppel werden ballen over de hekken gejaagd. Minachting voor de fans, niets minder dan dat was het oordeel.

Ook de verzamelde honkbalpers had een rol in de kwestie, zo waren velen van mening. Hadden zij dan nooit iets gemerkt? Stelden zij geen vraagtekens bij de prestaties die zij in jubelverhalen beschreven? Het was net zo goed hun schuld dat de duurbetaalde spelers zo lang hun gang konden gaan. Het dopingtijdperk was een historische fout die met alle mogelijke middelen moest worden rechtgezet. Te beginnen met de baseball hearings in Washington.

Schaduw over Cooperstown
Het dopingtijdperk werpt ook zijn schaduw over de Hall of Fame. De hoofdrolspelers uit de periode gingen immers met pensioen. Geheel volgens de regels van de MLB werden zij vijf jaar na hun laatste optreden verkiesbaar voor een plek in de ultieme honkbalhemel, de Hall of Fame in Cooperstown.

‘Dat is onze kans’, was tot op heden de heersende gedachte onder de kiezers. En dus konden de sportschrijvers de dopingzondaars alsnog straffen voor hun daden. Door hen buiten te sluiten van de eeuwige honkbalelite. Het overkwam bijvoorbeeld Mark McGwire. De man die de sport weer in de spotlight bracht door tussen 1996 en 1999 jaar in jaar uit de ballen tot in de oceaan te slaan. Met de 70 rake klappen in 1998 als absoluut hoogtepunt. 54 stemmen kreeg hij bij zijn laatste verschijning op het stemformulier. 12,3%, net een zesde van het benodigd aantal stemmen om opgenomen te worden. Als McGwire ooit nog eens wil worden vereeuwigd, dan moet hij hopen op clementie van één van de vele comités die jaarlijks over het hoofd geziene sterren alsnog mogen voordragen. Bij zijn eerste kans, dit jaar door het nieuwe Today’s game comité, ving hij echter direct alweer bot.

Het stembiljet van 2017
Voor een aantal andere grote namen uit het dopingtijdperk kan het echter wel eens gunstig uitpakken dat zij net iets langer op het stemformulier blijven staan dan McGwire. Het jaar 2017 kent namelijk geen wonderkinderen van het kaliber Ken Griffey Jr. of Randy Johnson onder de nieuwelingen op het biljet. De keuze die gemaakt moet worden wordt daardoor minder gemakkelijk dan hij lange tijd geweest is.

Een deel van de nieuwe aanwas is zelfs uit hetzelfde hout gesneden als de mannen die al werden geboycot. Manny Ramirez? 50 wedstrijden schorsing voor dopingmisbruik in 2009 en een definitief afscheid om een tweede schorsing in 2011 te voorkomen. Ivan Rodriguez? Nooit gepakt, maar meer dan regelmatig genoemd. Genoeg om sterke twijfels bij zijn introductie in de HoF te hebben.

Het alternatief is kiezen voor Tim Raines, de lieveling van de statistici, of Lee Smith, de enige echte opa op het stemformulier. Smith is de allerlaatste speler die gebruik mag maken van vijftien jaar verkiesbaarheid. De regel werd immers in 2014 aangepast. Maar een speler die veertien keer niet goed genoeg werd bevonden, is die wel goed genoeg in jaar vijftien? En dan zijn er spelers als Jorge Posada en Mike Mussina. Stuk voor stuk prima honkballers, maar goed genoeg om in één adem met de absolute top te noemen, dat roept enige twijfel op.

Bonds en Clemens
Het lijkt er daardoor op dat doping niet langer taboe is in Cooperstown. Sterker nog, op de uitgelekte formulieren van verschillende stemgerechtigden komen wel erg vaak de namen Barry Bonds en Roger Clemens voor. Beide mannen lijken in ieder geval de grens van vijftig procent te slechten. Met nog vijf verkiesbare jaren te gaan voor beide is de grens van 75% halen ineens geen onmogelijkheid meer.

Omdat het biljet ook nog altijd wordt aangevuld met mannen die wel van min of meer onbesproken gedrag zijn, zoals Vladimir Guerrero, blijft er nog altijd een mogelijkheid om de chemisch versterkte armen buiten de deur te houden. Maar omdat lager op het stemformulier ook mindere goden met een (vermeend) dopingverleden als Jeff Bagwell, Gary Sheffield en Sammy Sosa staan worden de kansen voor Bonds en Clemens wel steeds groter. De vraag die de komende jaren dan toch zal gaan spelen luidt: bestaat er echte vergeving voor doping?

Foto: Getty Images/Archief

1 Reactie
  1. Wouter van Willigen 3 jaar ago

    Simpel antwoord op de laatste vraag: Nee.
    Dan maar een paar jaar zonder nieuwe HOF-members.
    Maar zo werkt het in the USA helaas niet. The show must go on …

Comments are closed.

Ook leuk om te lezen