Column: Kamperen

Door

Arizona Diamondbacks v San Francisco Giants
Tot mijn zestiende namen mijn ouders mij mee naar de camping. Veel variatie in de bestemming was er niet. Het land waar de familie Elshoff op zomervakantie ging was namelijk altijd hetzelfde: Frankrijk. Met de caravan achter de stationwagen en met onze Golden Retriever achterin kachelden we richting het zuiden om daar vervolgens drie weken met je toiletrol dagelijks langs andere caravans en tenten te paraderen richting de WC. Zo gaat dat namelijk op een camping. Ik behoorde tot de groep die altijd wanhopig probeerde z’n toiletrol te verstoppen onder zijn t-shirt. Kansloos natuurlijk. De uitjes waren: een Tour de France etappe, het plaatselijke meer en de diverse dorpjes waar mijn moeder gek genoeg altijd ging kijken naar de prachtige graven op de begraafplaats. Ieder z’n ding, zullen we maar zeggen.

Ondanks het feit dat ik warme herinneringen bewaar aan mijn jeugdvakanties, is er toch ergens een kink in de kabel gekomen. Tegenwoordig heb ik namelijk een afgrijselijke bloedhekel aan kamperen. Als ik er alleen al aan denk, word ik kotsmisselijk. Mijn vrouw vind dat ik overdrijf. Ik negeer dat zonder tegenargumenten. Als het aan mij ligt zet ik tot mijn dood geen stap meer op een camping, al helemaal niet in Frankrijk. Met alle respect voor iedereen die dat wel doet, uiteraard.

De vraag is of ik dit campingloze leven kan volhouden. De reden is inmiddels 70 centimeter groot, kruipt tegenwoordig al vooruit, zorgt voor veel volle luiers en staat bij ons thuis beter bekend onder de naam Pella.

Gek eigenlijk, hoe zoiets werkt. Na jarenlang naar de mooiste bestemmingen vliegen tijdens je vakantie, kijken mensen je nu ineens met gefronste wenkbrauwen aan als je over Amerika of andere plekken aan de andere kant van de oceaan begint. Er is immers een kind in het spel. Bedoeld of onbedoeld geeft een groot deel van je directe omgeving je het gevoel dat de lol tijdens vakanties er nu wel vanaf is. Het gaat namelijk niet meer om jou, maar om het kind. En wat is er nu een mooiere plek voor een kind dan de camping?

Ik ken er velen. Namelijk eentje waar de ouders gelukkig van worden en daardoor de kleine spruit wellicht ook wel. Het is een land waar in de zomer talloze jonge gezinnen met baby’s en kinderen gewoon naar stadions gaan, zonder daar last te hebben van debiele hooligans met opblaasbananen of doorgesnoven flessengooiers. Daar waar de sport juist gemaakt is voor kinderen en volwassen tegelijkertijd.

Half juni vliegen we met Pella naar Toronto. We gaan babyhonkbaltesten bij de Blue Jays. Dan door naar Fenway Park in Boston met een extra stoel voor de kleine, want anders wordt het allemaal wel heel krap. Bij de Mets mag je gewoon met je kinderwagen naar binnen, als je hem maar opklapt en onder je plaats legt. Pella’s eerste verjaardag vieren we bij de Nationals, waar onze Giants op bezoek komen. Later als ze groot is, leg ik haar allemaal wel uit hoe bijzonder dat was. Als we voor onze tent zitten op de camping in Frankrijk.

Deze column was eerder te lezen in SportAmerika Magazine.

Foto: Getty Images

1 Reactie
  1. Alex Bos 4 jaar ago

    Hi Jeroen,

    met je vrouw en kind naar een aantal baseball wedstrijden in de US.

    Dat klinkt als de perfecte vakantie !

    Have fun

Comments are closed.

Ook leuk om te lezen