Column: Carcassonne

Door

New England Patriots Quarterback Tom Brady - Press Conference
Ik kan niet zo goed tegen mijn verlies. Daarom is het doorgaans bij ons thuis niet zo gezellig als er een spelletje wordt gespeeld. Geregeld loopt het behoorlijk uit de hand. Van huiselijk geweld is dan weliswaar geen sprake, maar mijn vrouw en ik hebben meerdere malen urenlang niet met elkaar gesproken nadat een potje Carcassonne compleet uit de hand liep. Vaak krijg ik daarvan de schuld. Mijn echtgenote speelt voor de sfeer, ik doe er alles aan om die via trash talk te vergallen en zodoende zo snel mogelijk de buit binnen te halen. Tegenwoordig speel ik online en mijn vrouw leest een boek. We hebben de hoop opgegeven.

Waar die extreme drang om te winnen, of in ieder geval niet te verliezen, vandaan komt weet ik niet. Het zat er al vrij vroeg in. In mijn jonge tienerjaren behoorde ik op de middelbare school niet tot de populaire jongens. Ik droeg geen dure Nikes, laat staan dat ik kon pronken met toffe merkkleding. Het interesseerde mij simpelweg niet. Voeg daaraan toe dat ik in de brugklas zo groot was als Pinkeltje en een bril droeg en tel uit je winst. Ik moest knokken om letterlijk en figuurlijk gezien te worden. En waar kon dat beter dan in de gymzaal of op het voetbalveld? Daar is de wil geboren om niet snel tevreden te zijn. Met sporten, spelletjes en op latere leeftijd ook qua werk. Het is een eigenschap die even lastig als prettig is. Het zit vaak in de weg, maar brengt ook veel.

Slecht tegen je verlies kunnen of het beste uit jezelf halen heeft schijnbaar vaak een oorzaak. Ik lees vaak verhalen van topsporters over een slechte jeugd, een armoedig gezin of een vader die er nooit of zelfs niet was. Overigens lijkt het er tegenwoordig steeds meer op dat bij de huidige generatie profvoetballers in Nederland het qua mentaliteit allemaal wat minder wordt. Laatst liep ik op het parkeerdek van de Amsterdam ArenA langs de lichtrode Mercedes van de achttienjarige spits Richairo Zivkovic en begreep dat ook nog wel. Waarom zou hij na een nederlaag kotsmisselijk zijn, hij hoeft immers niet op een afgetrapte oma-fiets naar huis. Echt uitmaken doet het niet meer.

Op 1 februari staat Tom Brady voor de zesde keer in zijn carrière in de Super Bowl. Hij won er al drie, maar de laatste zege is alweer tien jaar geleden. Op zich heeft Brady niet veel redenen om zich nog druk te maken in het leven. Hij is multimiljonair, getrouwd met het Braziliaanse supermodel Gisele Bundchen en samen hebben ze twee kinderen.

Toch maakt dat niks uit. Ooit, in het jaar 2000, werd Brady pas als 199ste speler door de New England Patriots gekozen om bij hun te komen spelen. Vlak voor dat moment was de wanhoop bij de quarterback toegeslagen. Huilend liep hij over straat en vroeg hij zich af wat hij met zijn leven zou moeten. Het voelde als groot onrecht dat niemand zijn kwaliteiten zag. Dat litteken, die woede, is nu al vijftien jaar de drijfveer voor een van de beste spelverdelers uit de geschiedenis van de NFL. Hij wil en moet winnen. Ik zou graag een potje Carcassonne tegen Brady spelen. En mijn vrouw vermoedelijk niet. Alhoewel…

Deze column was eerder te lezen in Sport Amerika Magazine.

Foto: Getty Images

1 Reactie
  1. Darch 4 jaar ago

    Ik zie de column CarsaGate gaarne tegemoet.

Comments are closed.

Ook leuk om te lezen